4.1 Fraudesignalen (niet) opmerken
De eerste fase in de signalering van fraude is het opmerken van het signaal dat er iets aan de hand is. Als een signaal al niet wordt opgemerkt, komt het zeker niet verder en kan er ook geen actie op worden ondernomen.
Voor deze fase geven we nu voorbeelden van factoren (wat betreft systeem, druk en afweging) die het uitvalrisico bepalen.
Systeem/werkomstandigheden
Voorbeelden:
- Zwakke toezichts- en controlestructuur
- Verkeerd voorbeeld leiding
- Gebrekkige functiescheiding
- Gebruiksruimte in regelgeving
- Verkokering
Toelichting:
Een zwakke toezicht- controlestructuur (zowel horizontaal als verticaal) en onvoldoende alertheid op risico’s van misbruik en oneigenlijk gebruik zijn belangrijke factoren bij het niet opmerken van fraudesignalen. Ook leiderschapsfactoren kunnen belangrijk zijn. Het komt voor dat leidinggevenden zelf de aanzet geven tot misstanden. Institutionele factoren, zoals een gebrekkige functiescheiding tussen uitvoering en toezicht, spelen ook een rol.
‘Gebruiksruimte’ in wet- en regelgeving kan een belangrijke factor zijn bij zowel het ontstaan als het niet signaleren van de onregelmatigheden. Gebruiksruimte wil zeggen dat er (veel) ruimte voor interpretatie en invulling is gelaten in de wet- en regelgeving.
Bedrijfsculturele factoren spelen bijvoorbeeld een rol als afwijkend gedrag de norm wordt. Ook verkokering, waarbij ieder zich strikt met het eigen werkterrein bezighoudt, is een factor waardoor signalen niet worden opgemerkt.
(Omgevings)druk
Voorbeelden:
- Focus op resultaat
- Bestedingsdruk
- Uitvoering van taken met te krappe middelen
Toelichting:
Fraude kan onopgemerkt blijven als gevolg van omgevings- of groepsdruk. Denk bijvoorbeeld aan de uitvoering van taken met (te) krappe middelen. Daardoor gaat de aandacht vooral uit naar het resultaat en niet of minder naar het proces. Ook de druk van de omgeving om mee te doen met bijvoorbeeld bedrijfsmatig werken verlegt de aandacht van het proces naar het resultaat. Bestedingsdruk is hier een bijzondere vorm van.
Persoonlijke afweging
Voorbeelden:
- Gebrekkig fraudebewustzijn
- Cognitieve dissonantie
- Goedgelovigheid
Toelichting:
Hoewel bij het missen van fraudesignalen natuurlijk geen sprake kan zijn van een bewuste afweging, spelen ‘cognitieve processen’ wel degelijk een rol. Vooral het gebrek aan 'fraudebewustzijn' van overheidsorganisaties speelt hierbij een rol. Veel organisaties beseffen namelijk niet of onvoldoende welke risico’s ze lopen. Ook ‘cognitieve dissonantie’, ofwel het ‘negeren van wat niet in het bestaande beeld past’, is een belangrijke reden voor het missen van fraudesignalen. Gebruikelijke, al langer bestaande gedragspatronen worden niet kritisch bekeken. En fraude levert soms grote voordelen voor individuen of de organisatie op. Stilstaan bij de keerzijde hiervan past hier niet bij.
Er kan ook sprake zijn van een soort naïeve goedgelovigheid in andere (overheids)organisaties, bijvoorbeeld een ongefundeerd en ongecontroleerd vertrouwen in uitvoeringsorganisaties.
|